Gerritsen Tandheelkunde B.V.
Wakkerendijk 64
3755 DD Eemnes
035-5389402

www.gerritsen-tandheelkunde.nl
info@gerritsen-tandheelkunde.nl

  Home
 
Info
  Team  
  Tandheelkunde  
  Tanden poetsen  
  Kinderen  
  Mondhygiëne  
  Bereikbaarheid  
  Tarieven  
  Mededelingen  
  Klachten  
  Contact  
  Email  
     
   
Met uw kind naar de tandarts
 
 
 
Een tijdig bezoek aan de tandarts is belangrijk voor ieders gebit. Neem uw kind daarom vanaf twee jaar mee naar de tandarts voor controle.
Twee jaar is een prima leeftijd om uw kind voor de eerste keer mee te nemen naar uw tandarts. Dat kan bijvoorbeeld als u zelf voor een controlebezoek gaat. Uw kind kan bij het allereerste bezoek wat rondkijken in de praktijk. Zo raakt het vertrouwd met de omgeving en met de medewerkers.
 

Moet ik mijn kind voorbereiden op het eerste tandartsbezoek?
 
Bereid uw kind voor op het eerste bezoek. Vertel dat hij of zij mee mag naar de tandarts. Leg uit wat daar allemaal te zien is, zoals een mooie stoel, een grote lamp, en een meneer of mevrouw in een witte jas. Zeg er ook bij dat uw kind misschien even op die stoel mag zitten. Vertel dat de tandarts deze of de volgende keer ook even in zijn of haar mond wil kijken, net zoals bij u zelf. Prikkel de nieuwsgierigheid. Tandartsbezoek is normaal en hoort erbij.

Wat vertel ik mijn kind over het tandartsbezoek?

Een kind kunt u op het tandartsbezoek voorbereiden door daar op een begrijpelijke manier over te vertellen. Kies het niveau dat bij de leeftijd van uw kind past. Vertel niet te veel details, maar bied vooral een gevoel van veiligheid. Begin niet over behandelingen, bij een kind jonger dan vier jaar. Vertel uw tandarts bij de controle wat uw kind al weet, bijvoorbeeld over tandenpoetsen.

Hoe vaak moet ik met mijn kind naar de tandarts?

Als u twee keer per jaar met uw kind naar de tandarts gaat, is dat meestal voldoende. Hij kan u en uw kind begeleiden bij de ontwikkeling van een gezond gebit en uw kind behandelen als dat nodig is.

Wat kan ik doen als ik zelf erg tegen tandartsbezoek opzie?


Kinderen zijn gevoelig voor negatieve signalen. Zeker voor die van hun ouders. Het is daarom belangrijk dat u ontspannen bent als u naar de tandarts gaat. Laat uw kind liever thuis als u zelf moet worden behandeld. Dat is voor u en uw kind rustiger. Gaat u alleen voor controle naar de tandarts? Neem uw kind dan gewoon mee. Ziet u zelf erg op tegen het tandartsbezoek? Laat uw kind dan met een andere volwassene naar de tandarts gaan. U kunt dit ook eerst overleggen met uw tandarts.

Wat doet de tandarts bij kleine kinderen?

Een behandeling is op tweejarige leeftijd meestal nog niet nodig. De tandarts kijkt of het gebit in orde is en geeft voornamelijk adviezen en voorlichting. Ook een mondhygiënist of een assistente kunnen u en uw kind daarbij van dienst zijn.

Wanneer zal de tandarts het gebit van mijn kind behandelen?

Het meest voorkomende probleem bij het melkgebit zijn gaatjes, ook wel cariës genoemd. Meestal beginnen die in de kiezen. Gaatjes die groter worden, kunnen pijn of ontstekingen veroorzaken. Daardoor kunnen op den duur melktanden of -kiezen afbrokkelen en kan er schade ontstaan aan het blijvend gebit.
De tandarts zal meestal voorkomen dat een gaatje groter wordt. Dat kan hij doen door de cariës te verwijderen (boren) en de kies te vullen. Soms is het gaatje zo klein dat de aantasting niet verder gaat als u zelf het gebit tenminste goed verzorgt. In dat geval kan hij van boren en vullen afzien. De tandarts zal u dan een passend advies geven over voeding en poetsen. Als een tand of een kies snel gaat wisselen, doet de tandarts doorgaans niets.

Hoe kan ik mijn kind voorbereiden op het vullen van een gaatje?

Bereid uw kind goed voor als de tandarts een gaatje moet vullen. Leg op een rustig moment uit dat één of meer tanden of kiezen ziek zijn. Vertel dat de tandarts de zieke tand of kies beter maakt. Laat de tandarts zelf aan uw kind vertellen wat er gaat gebeuren. Heeft uw kind vragen over de behandeling? Spreek dan af om die samen aan de tandarts te stellen. Als u de behandeling vooraf mooier voorspiegelt dan dat die in werkelijkheid is, verliest uw kind het vertrouwen in u en in de tandarts. Bovendien zal uw zoon of dochter in de toekomst meer opzien tegen een behandeling.


Wisselen

Wisselen: van melkgebit naar blijvend gebit

De meeste kinderen wisselen hun tanden vanaf hun zesde jaar. De wisselperiode is een heel belangrijke fase in de ontwikkeling van het blijvend gebit. De blijvende tand of kies lost als het ware de wortels van de melktand of -kies op. Hierdoor raakt de melktand of -kies los en valt uit. De blijvende tand of kies komt ervoor in de plaats.

Verzorging bij het wisselen

Duimzuigen of spenen

Veel peuters zuigen op hun duim, speen of vinger. Sommige kinderen persen hun tong bij het slikken tegen het gehemelte en drukken hem tussen de boven- en ondertanden. Duim- of speenzuigen en tongpersen beïnvloeden de stand van de tanden. Probeer uw kind het zuigen en tongpersen af te leren. Doe dat vóór het doorbreken van de blijvende voortanden. Geef bijvoorbeeld iets in handen of leid uw kind overdag af. Of beloon uw kind als het een bepaalde tijd is gestopt. Krijgt u verkeerde gewoonten niet afgeleerd? Vraag dan uw tandarts om advies.

Poetsen en napoetsen bij kinderen

Meestal willen kinderen al op jonge leeftijd zelf hun tanden poetsen. Dat is prima. Ze doen dit alleen nog niet overal even goed. Poets de tanden bij kinderen totdat ze tien jaar zijn tenminste eenmaal per dag na. Oudere kinderen kunnen meestal zelfstandig poetsen. Ook dan kan het geen kwaad als u af en toe controleert of de tanden en kiezen schoon zijn. Gebruik daarvoor bijvoorbeeld tandplakverklikkers. Dat is een rode kleurstof in tabletvorm die tandplak zichtbaar maakt. U kunt de tabletjes kopen bij de drogist. Levert het (na)poetsen problemen op? Vraag dan advies aan uw tandarts of mondhygiënist.

Let bij het (na)poetsen op het volgende: Poets vanaf vijf jaar tweemaal per dag met fluoridetandpasta voor volwassenen. Er zijn ook tubes verkrijgbaar waarop staat ´juniortandpasta´. Kijk dan naar de leeftijd die hierbij wordt aangegeven (bijvoorbeeld 5-12 jaar). Gebruik een gewone zachte tandenborstel met een kleine borstelkop. Vervang de borstel als de haartjes niet meer op één lijn staan. Zodra kinderen een tandenborstel kunnen vasthouden, kunnen ze ook elektrisch poetsen. Gebruik een speciaal borsteltje voor de kindermond. Poets in ieder geval één keer per dag na. Als u uw kind (na)poetst, is het van belang dat u goed zicht heeft in de mond en er voldoende steun is voor u en uw kind. Probeer uit welke poetshouding voor u het prettigst is. Ga bijvoorbeeld schuin achter uw kind staan. Als u met uw hand de kin ondersteunt, rust het hoofd tegen uw bovenlichaam. Buig een beetje over uw kind heen, zodat u goed ziet waar u poetst. Of ga voor uw kind staan en laat het met het hoofd bijvoorbeeld tegen de muur rusten. Ondersteun de kin met uw ene hand, terwijl u met de andere poetst. Op deze manier kunt u goed zien waar u poetst. Besteed bij het napoetsen extra aandacht aan de achterste kiezen. Draagt uw kind een beugel die niet uit kan? Besteed dan extra veel aandacht aan het (na)poetsen. Tussen de beugel en de tanden en kiezen blijft namelijk gemakkelijk plak zitten. Vraag uw tandarts of mondhygiënist hoe u het beste kunt (na)poetsen. Gaat het tandvlees ondanks een goede poetstechniek bloeden? Raadpleeg dan uw tandarts of mondhygiënist. Misschien heeft uw kind extra hulpmiddelen nodig.

Tandplakverklikker koop je bij de drogist

Eten en drinken en het kindergebit
Behalve goed poetsen, napoetsen en controle, is het belangrijk dat u goed op de voeding van uw kind let. Zowel suiker (gaatjes) als zuur (erosie) kunnen het gebit beschadigen. Beperk daarom het aantal eet- en drinkmomenten tot maximaal zeven per dag. Drie keer een maaltijd en maximaal vier keer per dag een tussendoortje. Het gaat niet alleen om hoe véél zure producten uw kind eet en drinkt. Het gaat vooral om hoe vaak, hoe lang, de tijdstippen en de manier waarop dat gebeurt. Tanderosie is slijtage van het tandglazuur door zuurinwerking. Het is een sluipend proces dat niet gemakkelijk te herstellen is.

Behandelingen tijdens het wisselen bij kinderen

Gaatjes in het melkgebit
De tandarts zal meestal voorkomen dat een gaatje in het melkgebit groter wordt. Dat kan hij doen door de cariës te verwijderen (boren) en de kies te vullen. Soms is het gaatje zo klein dat de aantasting niet verder gaat als u zelf het gebit goed verzorgt. In dat geval kan hij van boren en vullen afzien. De tandarts zal u dan een passend advies geven over voeding en poetsen. Als een tand of een kies snel gaat wisselen, doet de tandarts doorgaans niets. Soms is de schade aan de tand of kies zo groot dat herstel niet meer mogelijk is. Dan is verwijdering van de tand of kies meestal de beste oplossing.


Het is om verschillende redenen belangrijk dat een gaatje (cariës) in een melkkies of -tand niet groter wordt: Een gaatje kan leiden tot pijn en ontstekingen De melkkies moet nog een tijd functioneren om ruimte vrij te houden voor de kies van het blijvend gebit Een ontsteking in het melkgebit kan het blijvend gebit aantasten
Sealen


Bij zowel melkkiezen als blijvende kiezen zitten veel groefjes op het kauwvlak. Daarin ontstaat gemakkelijk tandplak. Niet regelmatig verwijderde plak kan gaatjes veroorzaken. Goed poetsen dus. Om het kauwvlak goed te beschermen, kan de tandarts een laagje ‘kunsthars’ (sealant) aanbrengen. Dit heet ‘sealen’. Diepe groeven kan uw tandarts door het sealen afdichten. Alleen de blijvende kiezen komen normaal gesproken in aanmerking om te sealen. Dit gebeurt meestal kort nadat de blijvende kiezen helemaal zijn doorgebroken. De tandarts zal alleen sealen als hij verwacht dat er gaatjes in de groefjes ontstaan. Ook gesealde kiezen moeten goed worden gepoetst.


Extra fluoride

Als er in korte tijd gaatjes dreigen te ontstaan, kan de tandarts een fluoridebehandeling geven. Hij brengt dan extra fluoride aan met een vloeistof of gel in een lepel. Of de tandarts raadt een extra poetsmoment aan om de kans op gaatjes te verkleinen. Ook adviseert hij wel eens te spoelen met fluoridevloeistof. Vaak adviseert hij om na het poetsen de tandpasta uit te spugen en niet na te spoelen met water. Daardoor wordt de beschermende werking van fluoride verlengd. Plakverwijdering blijft echter de basis van de gebitsverzorging.

 

Wat te doen bij een ongeval?

Door een ongeval kan een tand uitvallen of beschadigen. Neem in zulke situaties direct contact op met uw tandarts. Zoek zo snel mogelijk alle losse stukjes of de complete tand op en ga ermee naar de tandarts. Plaats een uitgevallen melktand nóóit terug. Daarmee kunt u de nieuwe blijvende tand beschadigen. Houd een uitgevallen tand of een afgebroken stuk tand vochtig, het liefst met melk. Geen melk binnen bereik? Bewaar de tand of het tanddeel dan los in de mond van de ouder/verzorger, bij voorkeur in de ruimte tussen de kiezen en de wang.



Fluoride-basisadvies
 
0 en 1 jaar
Vanaf het doorbreken van de eerste tandjes: eenmaal per dag poetsen met fluoridepeutertandpasta.

2, 3 en 4 jaar
Tweemaal per dag poetsen met fluoridepeutertandpasta.

5 jaar en ouder
Tweemaal per dag poetsen met fluoridetandpasta voor volwassenen. Er zijn ook tubes verkrijgbaar waarop staat ‘juniortandpasta’. Kijk dan altijd naar de leeftijd die hierbij wordt aangegeven (bijvoorbeeld 5-12 jaar). Als u twijfelt, raadpleeg dan uw tandarts of mondhygiënist.

 
 

 

  disclaimer
 

   Wakkerendijk 64
   3755 DD Eemnes
   035-5389402

IBAN NL25 INGB 0677.7731.02
   KvK-nummer 32076787

 
       

 

   © C.M. Gerritsen 2011